vrijdag 18 maart 2011
Fotografie worstelt al sinds haar ontstaan met het element tijd. In het begin waren de belichtingstijden nog zo lang dat het leven niet te vatten leek. Maar na jaren van technologische innovatie nam de snelheid waarmee tijd te vangen was een enorme vlucht. Henri Cartier-Bresson’s credo van ‘The decisive moment’ leek de tijd op de spits te drijven naar dat ene moment waarin de werkelijkheid zich betekenisvol samenbalt in een foto.
Lang was het een topsport onder fotografen om dat ene moment uit elke situatie te halen.
Maar geleidelijk kwam bij fotografen de behoefte op dit moment juist te verlengen. Voornamelijk uit onvrede met de vaak geforceerde constructie van zo een beslissend moment, die niet recht kon doen aan de complexiteit van de situatie. Met een jaloerse blik keek men naar de film, waarmee dit zo gemakkelijk te bereiken was.
Vanaf de jaren negentig kwam deze mogelijkheid ook voor fotografen binnen handbereik, vooral door de digitalisering van film en geluid: geen grote taperecorders meer waarvan de banden in gespecialiseerde studio’s gemonteerd moeten worden, geen 16mm filmmateriaal dat duur is en waar je voor de technische bewerking alleen al een langdurige studie moeten volgen. Een digitale videocamera en recordertje zijn nu genoeg. Je kunt meteen terugzien hoe het geworden is en monteren doe je thuis op de laptop.
De vereenvoudiging van de techniek heeft fotografen tot experimenteren aangezet: in installaties combineerden zij fotografie en bewegend beeld, zij zijn gebruik gaan maken van narratologische technieken uit de film, ze zijn gaan uitproberen hoe je zintuiglijke ervaring kan reproduceren of oproepen. Tentoonstellingsruimten worden nu door fotografen zó ingericht dat behalve het oog ook de andere zinnen aangesproken worden. Vaak met als doel de ervaring van het gefotografeerde dichterbij te brengen, of om ontregeling en verlies van oriëntatie te bewerkstelligen.
Veel fotografen die met de technieken van film en installatie zijn gaan experimenteren zijn uiteindelijk naar de film overgestapt. Allan Sekula, Steve McQueen, Roy Villevoye en Jan Dietvorst. Zij hebben steeds meer de cinematografische principes hun werk binnen gevoerd en verhouden zich nu vooral tot de documentaire film en minder tot de fotografie.
Dat geldt niet voor veel jonge makers van dit moment. Zij houden, ondanks dat zij gebruik maken van onder andere bewegend beeld, vast aan fotografische uitgangspunten en effecten. Daarbij breiden zij het vocabulaire en het performatieve karakter van de fotografie uit, zonder zich werkelijk buiten het medium te plaatsten. Uitspraken over de wereld, de ervaring van de wereld en de ervaring van de gemedieerde wereld kunnen zo in grotere complexiteit verteld worden. Steeds meer maakt het bewegende beeld deel uit van het onderzoek van fotografen: stilstaande foto’s in beweging zetten of omgekeerd een video gekaderd en stilgezet als een foto, of meerdere momenten in een foto verwerkt. Door deze technieken te gebruiken zijn zij meer in staat om bewust het spanningsveld op te zoeken tussen het bevriezen van de tijd en het verstrijken van de tijd.
Een aantal makers werpen een interessante vraag op: zijn het videokunstenaars die de tijd stilzetten? Of fotografen die het beeld in beweging brengen? Hans Op DeBeeck en David Claerbout zijn daar misschien de meest duidelijke voorbeelden van. Zowel Claerbout als ook Op DeBeeck hebben werken waar duidelijk de fotografie het vertrekpunt was, maar ook verstillingen van film. De tentoonstelling ‘De Ontdekking van de Traagheid’ onderzocht in 2007 de geleidelijke verstilling van het videowerk van mensen als Lon Robbee en Ine Lamers.
Ons gaat het nogmaals om het fotografische vertrekpunt en de uitbreiding van het vocabulaire van makers die zichzelf niet buiten het medium plaatsen, ons gaat het om de bewegende foto.
Lang was het een topsport onder fotografen om dat ene moment uit elke situatie te halen.
Maar geleidelijk kwam bij fotografen de behoefte op dit moment juist te verlengen. Voornamelijk uit onvrede met de vaak geforceerde constructie van zo een beslissend moment, die niet recht kon doen aan de complexiteit van de situatie. Met een jaloerse blik keek men naar de film, waarmee dit zo gemakkelijk te bereiken was.
Vanaf de jaren negentig kwam deze mogelijkheid ook voor fotografen binnen handbereik, vooral door de digitalisering van film en geluid: geen grote taperecorders meer waarvan de banden in gespecialiseerde studio’s gemonteerd moeten worden, geen 16mm filmmateriaal dat duur is en waar je voor de technische bewerking alleen al een langdurige studie moeten volgen. Een digitale videocamera en recordertje zijn nu genoeg. Je kunt meteen terugzien hoe het geworden is en monteren doe je thuis op de laptop.
De vereenvoudiging van de techniek heeft fotografen tot experimenteren aangezet: in installaties combineerden zij fotografie en bewegend beeld, zij zijn gebruik gaan maken van narratologische technieken uit de film, ze zijn gaan uitproberen hoe je zintuiglijke ervaring kan reproduceren of oproepen. Tentoonstellingsruimten worden nu door fotografen zó ingericht dat behalve het oog ook de andere zinnen aangesproken worden. Vaak met als doel de ervaring van het gefotografeerde dichterbij te brengen, of om ontregeling en verlies van oriëntatie te bewerkstelligen.
Veel fotografen die met de technieken van film en installatie zijn gaan experimenteren zijn uiteindelijk naar de film overgestapt. Allan Sekula, Steve McQueen, Roy Villevoye en Jan Dietvorst. Zij hebben steeds meer de cinematografische principes hun werk binnen gevoerd en verhouden zich nu vooral tot de documentaire film en minder tot de fotografie.
Dat geldt niet voor veel jonge makers van dit moment. Zij houden, ondanks dat zij gebruik maken van onder andere bewegend beeld, vast aan fotografische uitgangspunten en effecten. Daarbij breiden zij het vocabulaire en het performatieve karakter van de fotografie uit, zonder zich werkelijk buiten het medium te plaatsten. Uitspraken over de wereld, de ervaring van de wereld en de ervaring van de gemedieerde wereld kunnen zo in grotere complexiteit verteld worden. Steeds meer maakt het bewegende beeld deel uit van het onderzoek van fotografen: stilstaande foto’s in beweging zetten of omgekeerd een video gekaderd en stilgezet als een foto, of meerdere momenten in een foto verwerkt. Door deze technieken te gebruiken zijn zij meer in staat om bewust het spanningsveld op te zoeken tussen het bevriezen van de tijd en het verstrijken van de tijd.
Een aantal makers werpen een interessante vraag op: zijn het videokunstenaars die de tijd stilzetten? Of fotografen die het beeld in beweging brengen? Hans Op DeBeeck en David Claerbout zijn daar misschien de meest duidelijke voorbeelden van. Zowel Claerbout als ook Op DeBeeck hebben werken waar duidelijk de fotografie het vertrekpunt was, maar ook verstillingen van film. De tentoonstelling ‘De Ontdekking van de Traagheid’ onderzocht in 2007 de geleidelijke verstilling van het videowerk van mensen als Lon Robbee en Ine Lamers.
Ons gaat het nogmaals om het fotografische vertrekpunt en de uitbreiding van het vocabulaire van makers die zichzelf niet buiten het medium plaatsen, ons gaat het om de bewegende foto.

Marga Rotteveel (1966) is freelance curator. Met haar bedrijf *zijvanrotteveel ontwikkelt zij tentoonstellingen en adviseert en coacht zij fotografen. Zo maakte ze o.a. een tentoonstellingen voor het Lishui International Photofestival (China) en nam ze in 2010 met 'DutchDocSpace#1' deel aan het New York Photofestival (USA). Vele jaren is ze werkzaam geweest voor FotoFestival Naarden waar ze vele tentoonstellingen op haar naam heeft staan. Voor de laatste twee edities was ze respectievelijk hoofdcurator (2007) en creatief directeur (2009). Daarnaast is ze lid van de adviescommisie fotografie van de gemeente Amersfoort. Ze neemt regelmatig deel aan portfolioreviews in binnen- en buitenland en op dit moment is ze bezig met de oprichting van een platform voor het Nederlands fotoboek onder de titel 'Photobook Matters'. Naast haar werk als curator geeft Marga les aan de Master en Bachelor opleiding van AKV/St.Joost en de Kabk in Den Haag.

Wil van Iersel ( 1965) is based in Amsterdam and is working in the Netherlands, Germany and Switzerland. He is a documentary photographer. Works over a long period of time on his own projects and is looking for a very personal approach towards his subjects.
He doesn't want to judge on todays 'Condition Humaine', but is asking questions about current situations. You can characterize his pictures by a sensual and aesthetic temptation, hereby the photographer gives his expression about the absurdity and tragedy of the human existence.
His study was at the 'Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst' Den Haag, where he later on was invited as a guest teacher in documentary photography. From the city of Amsterdam he received the award; 'Aanmoedigingsprijs voor Fotografie'. He made several exhibitions in the Netherlands, a.o.; the Amsterdam Historische Museum, Spaarnestad fotoarchief, Nederlands Foto Museum and Melkweg/IDFA. Publications in newspapers like NRC Handelsblad, NZZ am Sonntag ore catalogue, a.o: Noorderlicht fotofestival 1999. Has create photo- and artist books in small edition, a.o.: Geld and Internaat. He became different commissions from; 'Fonds van Beeldende kunsten', 'Amsterdam Fonds van de Kunst', the city of Utrecht and the province of Noord Holland. His work is collect by the Amsterdam gemeentearchief and Randstad photo-collection. In 2007 he is developing artist books by print on demand; 'Every week a new book'. 52 photo-books each in circulation of one. This project, will be a presentation at the Nederlands Foto Museum in 2008.

Miriam Bestebreurtje (1966) heeft in 1989 de School voor Fotografie in Den Haag afgerond en vervolgens Kunstgeschiedenis en Publicistiek aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd.
Miriam heeft vele tentoonstellingen en producties op haar naam staan waaronder het gastcuratorschap van de Tentoonstelling ‘Dutch Eyes, Geschiedenis van de Nederlandse Fotografie’. Dit was de openingstentoonstelling van het Nederlands Fotomuseum in Gebouw Las Palmas Rotterdam in 2007. Tevens is ze een aantal keer gastcurator geweest van FotoFestival Naarden. In 2003-2004 was ze curator en producent tentoonstelling ‘Crossing the Line’, Kunsthalle Wien; Toscanscy Palast, Praag; Club No, Sofia; met o.a. Chantal Akerman, Ad van Denderen, Marjoleine Boonstra, Jacqueline Salmon, Ingrid Simon. Redacteur van catalogus ‘Crossing the Line’ met tekstbijdragen van o.a. Frits Gierstberg, Gerald Matt en Helga Konrad.
Van 1991 tot 1999 was ze curator en bestuurslid van Galeria Fotomania Rotterdam.
Naast het curatorschap is Miriam Bestebreurtje lid van de stuurgroep van de Intendant Documentaire Fotografie, Fonds BKVB. Op dit moment is zij werkzaam als studieleider van de Master Fotografie AKV|St.Joost en docent Kunstgeschiedenis en Fotografiebeschouwing KABK, Den Haag. Daarnaast is ze actief als publicist.
Abonneren op:
Posts (Atom)